CONTACT

Via onderstaand formulier kunt u contact opnemen met ons.



Zet een vinkje in het vakje:

BEDANKT

Bedankt !

 

Het netwerk Jong Leefomgeving is de afgelopen jaren gesteund door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, het Programma Aan de slag met de Omgevingswet en het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Sinds 1 juli 2019 staat Netwerk Jong Leefomgeving op 'eigen' benen. De achtergrondbeelden op deze website zijn aan ons beschikbaar gesteld door de VPRO en zijn opgenomen in het kader van het televisieprogramma Nederland van Boven. 

 

Wij danken al onze samenwerkingspartners voor hun bijdrage!

 

Het bestuur van Jong Leefomgeving


NIEUWS

NIEUWS

Verslag botsproef Waterprogramma's

Lennart Berends werkt bij Waterschap de Dommel en is lid van de kerngroep van Netwerk Jong Leefomgeving. Onlangs heeft hij deelgenomen aan een van de botsproeven voor de Omgevingswet. Lees hieronder zijn verslag!

 

"Op dinsdag 26 mei 2015 heeft het programma Eenvoudig Beter (EB) in het kader van de Omgevingswet een botsproef georganiseerd. Centraal stond de vraag of deze instructieregels een optimale verdeling van het waterbeleid over de omgevingsvisie en de uitvoeringsprogramma’s mogelijk maken. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, hebben de genodigde deskundigen zich eerst gebogen over de vraag hoe de verschillende programma’s en de omgevingsvisie(s) zich inhoudelijk tot elkaar gaan verhouden. Welke synergiemogelijkheden/-eisen vragen om het ‘combineren’ van welke programma’s/plannen ? En: zijn er argumenten om bepaalde programma’s procedureel gelijk te schakelen of juist los te koppelen?

EB vroeg speciaal aandacht voor mogelijke afhankelijkheden tussen programma’s vanwege de Kaderrichtlijn Water (KRW) en voor mogelijke consequenties van  het laten vervallen van regels over het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Materieel kan het BPRW opgenomen worden in een toekomstig nationaal waterprogramma.

 

De botsproef was opgesteld door in twee groepen eerst alle voordelen te benoemen wanneer alle huidige waterprogramma’s zouden worden opgenomen in de nieuwe omgevingswet. Deze werden vervolgens door de andere groep bediscussieerd en getoetst op haalbaarheid en prioritering. In de middag werden de rollen omgedraaid en moesten er nadelen worden toebedeeld om de waterprogramma’s op te nemen in de nieuwe omgevingswet. Na enkele pittige discussies op het scherpst van de snede werden ook hier de haalbaarheid en prioritering bepaald. 

 

De belangrijkste uitkomsten van botsproef Water zijn:

  • De concept-instructieregels bieden voldoende ruimte voor het maken van een optimale verdeling van het waterbeleid over de omgevingsvisie en de uitvoeringsprogramma’s.
  • Naast de concept-instructieregels die we nu reeds in het vizier hebben, zijn er geen andere instructieregels nodig over programma’s. Over de Europees verplichte programma’s worden de nodige instructieregels gesteld.  
  • Het laten vervallen van het BPRW als zelfstandig planfiguur vraagt geen nadere instructieregels voor programma’s. 

 

De projectgroep (I&M & ORG-ID) die de botsproef heeft voorbereid geeft de volgende noties aan EB mee voor de programma’s onder de Omgevingswet:

 

1. De deelnemers aan botsproef 2.5 geven aan dat de voordelen van combinatie van programma’s zwaar wegen voor:

  • waterveiligheid, klimaatadaptatie en ruimtelijke ordening; 
  • zoetwater en drinkwater kwaliteit en eventuele programma’s op het gebied van bestrijdingsmiddelen (en geneesmiddelen).

 

2. De deelnemers bevestigen het belang van aandacht voor het meekoppelen van maatregelen in stroomgebiedbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen. 

 

3. De deelnemers geven aan dat de procedures van internationale afstemming lastig te combineren zijn met het proces van totstandkoming van het nationaal waterprogramma. Dit geldt met name voor de mariene strategie (deel 1 en 2).

 

4. Noordzee kan volgens de deelnemers losgekoppeld worden van de andere programma’s. Het gebied en de gebruiksfuncties zijn leidend en niet de relatie met water. Verder verschillen zowel de te betrekken actoren als de proceduretermijnen. 

 

5. Met betrekking tot de verdeling over omgevingsvisie en programma’s geven deelnemers aan:

  • Stroomgebiedbeheerplannen: basisprincipes in omgevingsvisie, maar verder los van omgevingsvisie. 
  • Grote rivieren: principes en uitgangspunten in omgevingsvisie, uitwerking in programma’s. Gebieden kunnen ook in omgevingsvisie.
  • Grondwater en drinkwater: los van omgevingsvisie, kunnen in een waterprogramma.
  • Overige planvorming/programma’s op het gebied van waterkwaliteit, zoetwater, waterveiligheid/overstromingsrisico: de samenhang met de omgevingsvisie is groot vanwege onderlinge relaties en relaties met landbouw en bodem.

 

6. Verder geven de deelnemers diverse praktische suggesties mee voor de toekomstige opstellers van de omgevingsvisie en de  programma’s, zoals:

  • Houd de omgevingsvisie flexibel (dun), leesbaar vanuit het gebruikersperspectief en voorkom in omgevingsvisie en programma’s zoveel mogelijk dubbelingen. 
  • Benoem in de omgevingsvisie (EU-)randvoorwaarden helder.
  • Neem gebiedsspecifiek beleid bij voorkeur op in programma’s.
  • In de toelichting bij het Bkl kan gewezen worden op het belang van het benutten van meekoppelkansen.
  • Houd bij de implementatie waar mogelijk zoveel mogelijk ruimte voor tussentijdse wijzigingen.
  • In algemene zin leidt opknippen van programma’s snel tot suboptimale financiële oplossingen. Besteed hier aandacht aan en betrek het Deltafonds en het MIRT door goed mee te koppelen.
  • Laat de herkomst van de financiering van beleid meespelen bij de afweging of het beleid in de omgevingsvisie hoort of niet.
  • Onderzoek of de vastlegging van zwemwaterfunctie flexibeler kan door het buiten de programma’s te houden.
  • Neem alleen de relevante informatie uit de factsheets over in de diverse waterprogramma’s.
  • Leer als Rijk bij het opstellen van een nationale omgevingsvisie van de praktijk van de decentrale overheden.
  • Er zijn belangrijke onderwerpen die niet passen in een programma en die met diverse beleidsterreinen raakvlakken hebben, zoals geneesmiddelen. Besteed aan deze onderwerpen aandacht in de omgevingsvisie. 
  • Benut ook regionaal de mogelijkheid van het opnemen van ‘ondergeschikte’ of minder belangrijke functies in een apart programma. Dit maakt de waterprogramma’s flexibeler.

 

Voor mij was het een zeer leerzame en constructieve dag waar veel kennis werd gedeeld en opgedaan."

 

Lennart Berends
Medewerker Grondzaken Waterschap de Dommel
Lid kerngroep Jong Leefomgeving



Terug
Jong Leefomgeving op TwitterJong Leefomgeving op LinkedInContactgegevens Jong Leefomgeving...Jong Leefomgeving bedankt...
FJ Design